Ik wil geen 'clean desk'. Ik wil samenwerken.

publieke sector open samenwerking inspiratie creativiteit software design

30 januari 2026

Op veel plekken geldt een clean desk policy. Onder het mom van de flexibele werkplek worden gebouwen er volledig op ingericht: lege bureaus, lockers, generieke stoelen, en vooral niks op muren of ramen.

Dat lijkt onschuldig. Efficiënt zelfs. Maar het heeft structurele effecten op hoe werk wordt gedaan en ervaren, en ook vooral op hoe samenwerken werkt (of beter: niet werkt).

Een clean desk doet twee dingen tegelijk.

Ten eerste maakt het werk individueel. Je werkplek is tijdelijk, van jou alleen, voor dit moment. Er is geen gezamenlijke plek meer. Geen spoor van gisteren. Geen context van anderen. Alles wat van jou is, zit in je hoofd of in je laptop. (Of niet, maar misschien is dat mijn probleem.)

Ten tweede dwingt het werk het digitale domein in. Niet als hulpmiddel, maar als plaats. Werk is digitaal geworden.

Dat gebeurt op twee niveaus.

Praktisch: Hoe kan ik mijn werk doen zonder vaste plek, zonder spullen, zonder zichtbare voortgang? Antwoord: via documenten, tickets, inboxen, tools.

Conceptueel: Wat is mijn werk eigenlijk? Iets wat ik alleen doe. Asynchroon. In mijn eigen context. Inbox-gedreven. Los van tijd en plaats. Op een computer.

Samenwerken kan nog wel, maar dat gaat niet zomaar. Je moet een vergaderzaal boeken. Als die ten minste beschikbaar is. Voor een uurtje. Om een grote, niksige tafel. Waarschijnlijk met een groot scherm erbij, anders heb je je spullen niet bij de hand.

Teamwork wordt daarmee geherdefinieerd als vergaderen. Niet als samen werken, maar als incidenteel overleg. Jouw dingen laten zien aan anderen. Hooguit zelf wat kleine aanpassingen doen op basis van feedback. En dat overleg vindt plaats in een blanco ruimte, zonder gedeelde context. Geen muur met sporen. Geen half afgemaakte ideeën. Geen zicht op elkaars werk, behalve wat er op dat moment besproken wordt.

Thuiswerken versterkt dit patroon. Iedereen zijn eigen context, zijn eigen digitale bubbeltje. Samenwerking wordt iets wat je plant, niet iets wat er gewoon is. Niet de kern van werken, maar een randverschijnsel.

Wat gebeurt er dan?

Ten eerste worden documenten belangrijker dan nodig. Niet als middel, maar als object. Er gaat disproportioneel veel energie naar het schaven aan digitale artefacten die geen echte deliverables zijn, maar placeholders voor afstemming die nog moet komen. Dat is zonde van tijd en aandacht. Dat haalt de vaart en de motivatie uit samenwerken.

Ten tweede vullen mensen de wachttijd. In afwachting van overleg wordt er verder gepolijst, herschreven, geoptimaliseerd. Niet omdat het nodig is, maar omdat er geen gedeelde voortgang is. Bullshit jobs liggen dan op de loer.

Ten derde vervliegt de teamcontext. Die wordt flinterdun. Tijdelijk. Elke keer opnieuw op te bouwen. En net zo snel weer weg. Samenwerken is niet meer leuk. Het is moeizaam. Liever alleen werken.

Dat maakt uit.

Teams krijgen hun strategie niet goed naar operatie vertaald. Niet omdat ze het niet snappen, maar omdat het denken niet continu is. Er is geen lopende gezamenlijke lijn.

Die context ontbreekt óf bij overleg, en dan vergeet je dingen, maak je verkeerde keuzes, wordt alles hagelschot, óf je moet ‘m telkens opnieuw reconstrueren. Expliciet. Met veel moeite. Dat kost ook weer tijd en energie die je veel beter in stappen vooruit kan stoppen.

De oplossing is niet betere tooling. Ook niet meer overleg. Of duidelijkere werkafspraken.

De oplossing is fysiek en oud. En simpel. En misschien vooral ook wel: leuk.

Teamruimtes.

Obeya’s.

War rooms.

Geef het maar een naam.

Plekken waar het werk mag blijven hangen. Waar context zichtbaar is. Waar denken, besluiten en doen in elkaars verlengde liggen. Waar je ‘s ochtends binnenloopt en meteen ziet wat er speelt. Waar je was gebleven.

En waar je samen ook alweer naartoe ging.

Andere aantekeningen

Open source is geen Kaboutertjeswerk

1 september 2025

open source publieke sector digital commons

Als een overheid open source software laat bouwen, ontstaat er niet vanzelf een leger vrijwilligers dat de code onderhoudt. Er komen geen kaboutertjes langs. De overheid ís zelf de gebruiker, en daarmee óók de ontwikkelaar en beheerder.

Lees Open source is geen Kaboutertjeswerk

De waanzin van standaardapplicaties

19 januari 2021

public tech software design common ground

"De definitie van waanzin is telkens hetzelfde doen, maar een andere uitkomst verwachten." Schijnbaar een uitspraak van Albert Einstein, al wordt dat tegenwoordig van elke diepzinnige uitspraak beweerd. Maar goed, in ieder geval lijkt mij hier een diepe waarheid achter schuilgaan.

Lees De waanzin van standaardapplicaties

Publieke Code bij Logius

13 maart 2025

open source publieke sector public code

Als beleidsmakers en programmeurs in de publieke sector moeten we beseffen dat er specifieke eisen zijn aan ons werk. De Standaard voor Publieke Code is daarom óók waardevol in omgevingen waar openbaarheid (nog) niet de hoogste prioriteit heeft.

Lees Publieke Code bij Logius

Bekijk alle aantekeningen